Trust in the city

A map of shared urban spaces as the starting point for planning in the Next Economy.

Maarten Hajer


‘Rotterdam has a population of 600,000. If we commit ourselves to improving the relationship with our citizens, we, as a city, have 1.2 million extra eyes and 1.2 million extra ears.’ I just cannot get this remark made by Rotterdam Mayor Ahmed Aboutaleb at the opening of the IABR–2016 out of my head. It is an approach that differs so fundamentally from those that frame our urban future in terms of ‘smart cities.’ Aboutaleb focuses on a city of collaboration and solidarity. What he calls ‘co-creation.’ It is a catchword you hear a lot, from here to Cape Town. The city in which citizens and professionals work together. It was music to my ears. But halfway through the seventh IABR, it is becoming clear just how difficult a challenge this poses.

Co-creation presupposes trust. But trust takes years to build, seconds to break, and forever to fix: it is incredibly difficult to win and to keep. And yet in the Next Economy, trust is the basis of a viable city. Without trust, there are no investments. After five weeks of workshops, conversations and debates, this is the key question for me: How can we inspire mutual trust locally? For that is the foundation of a healthy economy and a resilient society.

To trust means to be able to face the future with confidence. It is opposed to anxiety. Fear of the future dominates the media and the public debate. Fear of the other; dread of decline and loss. Envy, too: fear that other people are better off than we are. Worldwide, we have begun to design our cities to accommodate this fear. Increasingly, our cities are archipelagos of enclaves. We entrench. We privatize our experience of happiness. African cities are surrounded by privately developed, enclosed new towns. Frequently brimming with green ambition, like Mark Swilling told us, they are often in fact parasites that feed on the existing city, which is left to fend for itself. Whether it is in Rio, São Paulo, Nairobi, Brussels or Amsterdam: people everywhere are wrestling with feelings of insecurity. Cities bear the marks of this. Africa has its private enclaves. In South and South-East Asia, the middle classes hide in high-rise buildings erected on plinths around the cities. Keller Easterling talks about ‘macro-urbanism,’ a global network of privately managed places that more and more often fall outside the jurisdiction of governments. The housing policies of Dutch cities lead to social segregation (while student hotels provide the children of the middle classes with urban accommodations including quality services and apartments). We increasingly live in a capsular culture and know far too little about each other. This undermines the strength of the city: the city as a place of unexpected, spontaneous encounter. The strength of urbanity is the physical foundation of trust. Be aware of what is going on; at best, be intrigued or enthusiastic about it.

Aboutaleb’s co-creative city requires a different planning. Trust requires urbanity. Urbanity is not a matter of high-rise buildings, but is reflected by strong, shared urban spaces. A map of such places could be the starting point for planning in the Next Economy. Urbanity is a characteristic of a city where people enjoy so much mutual trust that cross-pollination is possible.

Maarten Hajer is Professor of Urban Futures at the University of Utrecht and Chief Curator of IABR–2016-The Next Economy.

Vertrouwen in de stad

EEN KAART VAN STERKE, GEDEELDE PLEKKEN IN DE STAD ALS STARTPUNT VOOR DE NEXT ECONOMY.

MAARTEN HAJER

“Rotterdam heeft 600.000 inwoners. Als we ons inzetten om onze relatie met onze burgers te verbeteren, dan hebben we dus als stad 1,2 miljoen ogen en 1,2 miljoen oren.” Deze uitspraak van burgemeester Ahmed Aboutaleb bij de opening van de IABR blijft maar in mijn hoofd rondzingen. Het is zo’n fundamenteel andere insteek dan het denken over stedelijke toekomsten in termen van ‘smart cities’. Aboutaleb zet in op een stad van samenwerking en solidariteit. Hij noemt het ‘co-creatie’. Je hoort die kreet veel, tot in Kaapstad aan toe. De stad waarin burgers en professionals samen optrekken. Die oproep klonk als muziek in mijn oren. Maar halverwege de zevende IABR wordt duidelijk hoe ingewikkeld deze opgave is.

Co-creatie veronderstelt vertrouwen. Maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard; het is ongelooflijk moeilijk te verwerven en behouden. En toch is vertrouwen de basis voor een vitale stad in de Next Economy. Zonder vertrouwen geen investeringen. Na vijf weken workshops, gesprekken en debat blijkt dit voor mij de sleutelvraag. Hoe kunnen we lokaal het onderlinge vertrouwen versterken? Dat is de basis voor een gezonde economie en een vitale samenleving.

Vertrouwen betekent de toekomst met een goed gevoel tegemoet kunnen zien. Het staat tegenover angst. Die angst voor de toekomst domineert de media en ons maatschappelijk debat. De angst voor de ander, de angst voor verlies, teloorgang. Afgunst ook; de angst dat anderen beter af zijn dan jijzelf. We zijn de steden er wereldwijd ook op gaan inrichten. Steden vormen wereldwijd steeds meer archipels van enclaves. We verschansen ons. We privatiseren onze geluksbeleving. Rond Afrikaanse steden ontstaan privaat ontwikkelde en afgesloten new towns. Vaak vol groene ambities, zoals Mark Swilling ons vertelde, maar in wezen parasiterend op de bestaande stad die aan zijn lot wordt overgelaten. Of het nu is in Rio, Sao Paulo, in Nairobi, Brussel of Amsterdam, overal worstelen we met gevoelens van onveiligheid. Dat krijgt steeds zijn stedelijke expressie. In Afrika de private enclaves, in Zuid- en Zuidoost Azie verschuilt de middenklasse zich in de op sokkels rond de stad gebouwde hoogbouw. Keller Easterling spreekt van ‘macro-urbanism’, een mondiaal netwerk van plekken die privaat worden beheerd, en in feite steeds meer buiten de jurisdictie van overheden vallen. In Nederlandse steden leidt het woonbeleid tot sociale uitsortering [en biedt het Studenthotel de middenklasse haar kinderen een stedelijk verblijf met hoge kwaliteit voorzieningen en appartementen]. We leven steeds meer in een enclave cultuur en weten veel te weinig van elkaar. Al doende wordt de kracht van de stad ondermijnd. De stad is de plek van de onbedoelde, spontane ontmoeting. De kracht van de urbaniteit als fysieke basis voor vertrouwen. Bekend zijn met wat er gebeurt; in het beste geval geïntrigeerd, of enthousiast.

Aboutaleb’s stad van co-creatie vraagt om een andere planologie. Vertrouwen vraagt om stedelijkheid. Stedelijkheid is geen kwestie van hoogbouw maar komt tot uitdrukking in sterke, gedeelde plekken in de stad. De kaart van die plekken zou het uitgangspunt kunnen zijn van planning voor de Next Economy. Stedelijkheid is een kwaliteit van de stad waar mensen zoveel onderling vertrouwen hebben dat kruisbestuiving mogelijk is.



12251103574_0bec1aa786_k (1)

Lawn chairs on Times Square, New York City. Image: Robert Weindl/Flickr